overheidsmacht-interventie

Gefeliciteerd, uw werkzekerheid loopt af

Archieffoto van een magazijn in Allentown, Verenigde Staten, met pallets en een heftruck; illustratie bij een hypothetische werksituatie.
Foto: Chrisking (Commons: Beyond silence) · CC BY-SA 3.0 · uitsnede Magazijn in Allentown, Pennsylvania, Verenigde Staten. Archieffoto uit 2004, uitsluitend illustratief; geen opname van een werknemer uit het artikel. Verkleind en uitsnede. Foto en bewerking: CC BY-SA 3.0.

U doet uw werk goed. Uw collega’s zijn tevreden. U wilt blijven en het bedrijf wil graag met u verder. Gelukkig heeft de overheid ontdekt dat hier iets niet klopt.

U werkt er namelijk al een hele tijd via een uitzendbureau.

Dat vraagt om bescherming. En als het aan het kabinet ligt, kan die bescherming straks betekenen dat u ergens anders moet gaan werken.

Werknemer, werkgever en uitzendbureau waren eruit. Het probleem ontstond pas toen iemand die niet meedeed de uitkomst wilde verbeteren.

Nog vier weken tot uw vooruitgang

Op 29 oktober ging de Wet tijdelijkheid van inlenen in consultatie. Het is dus een voorstel, nog geen geldend recht. Voor uitzendkrachten met een tijdelijk contract wordt de grens bij dezelfde inlener 156 weken: ongeveer drie jaar. Daarna moet het bedrijf, als het met u door wil, een vast contract aanbieden. Anders eindigt de opdracht.

Voor uitzendkrachten die bij hun uitzendbureau een vast contract hebben, geldt een andere, open norm. Ook hun inzet moet tijdelijk zijn, maar wat dat betekent, hangt af van de omstandigheden. Het kabinet kan dus maatwerk toestaan. Het heeft zelfs al ontdekt voor wie.

De aanleiding is serieus. Europese rechtspraak verlangt dat uitzendarbeid tijdelijk blijft en dat eindeloze reeksen opdrachten niet worden gebruikt om bescherming te omzeilen. Wie jarenlang structureel werk doet zonder uitzicht op een vaste plek, kan belang hebben bij een wettelijke grens.

Maar vervolgens gebeurt er iets eigenaardigs. De mogelijkheid van een beter contract wordt gepresenteerd als betere bescherming, terwijl het alternatief ook gewoon het einde van de opdracht is.

De overheid regelt de voorwaarden waaronder u mag blijven. Of u daadwerkelijk blijft, staat niet in haar macht.

De felicitatie komt uit Den Haag

Stel u een werknemer voor die via een uitzendbureau in een magazijn werkt. De reis is kort, de uren passen bij het gezin en het werk bevalt. Het bedrijf heeft echter wisselende opdrachten en wil de verplichtingen van een vast dienstverband niet aangaan.

Dit is een denkbeeldige situatie, geen voorspelling over alle werkgevers. Maar wel precies de situatie waarin het mooie beginsel moet laten zien wat het waard is.

Na de wettelijke termijn mag deze werknemer niet op dezelfde tijdelijke uitzendbasis doorgaan. Misschien biedt het bedrijf alsnog een vast contract aan. Dan werkt de prikkel zoals bedoeld. Misschien vindt het uitzendbureau een andere passende opdracht. Ook mogelijk.

En misschien houdt het hier op, zonder dat er meteen iets vergelijkbaars tegenover staat.

Op de laatste werkdag kan de werknemer dan twee berichten krijgen. Eén van de leidinggevende: jammer, we nemen afscheid. En één uit de beleidswereld: uw positie is versterkt.

Het eerste bericht gaat over het werk. Het tweede over de bedoeling.

Meer loon op een lege loonstrook

Daar zit de overeenkomst met het minimumloon, waarop ook Milton Friedman kritiek had. De politieke wens is helder: mensen moeten meer verdienen. Een hogere wettelijke ondergrens kan daarvoor zorgen, zolang de baan en de betaalde uren blijven bestaan.

Een werkgever kan hogere loonkosten opvangen met minder winst, hogere prijzen of een andere werkwijze. Maar als een functie tegen de nieuwe voorwaarden niet meer rendabel is, kan hij ook minder uren aanbieden, automatiseren of iemand niet aannemen. Dan is het recht op een hoger uurloon keurig geregeld. Alleen de uren ontbreken nog.

Dat betekent niet dat iedere minimumloonverhoging banen vernietigt. De gevolgen verschillen met de hoogte van de verhoging en de omstandigheden op de arbeidsmarkt. Het relevante punt is eenvoudiger: een aantrekkelijker wettelijk aanbod is nog geen garantie dat iemand het krijgt.

Bij het uitzendvoorstel wordt geen loonbedrag verhoogd, maar verandert de vereiste contractvorm. Ook daar kan de werkgever besluiten niet mee te doen. De wetgever kan een vast contract aantrekkelijker maken dan voortzetting via een uitzendbureau. Hij kan niet bij iedere werkgever de bereidheid bestellen om dat contract ook te bieden.

Op papier is de werknemer doorgestroomd naar meer zekerheid. In de praktijk moet eerst nog iemand tekenen.

De kleine lettertjes weten het wel

Opmerkelijk genoeg staat het probleem gewoon in de toelichting. Wie de grens bereikt, kan bij de inlener in dienst komen, elders terechtkunnen of een nieuwe uitzendopdracht krijgen. Werkloosheid wordt eveneens als mogelijkheid genoemd.

Het kabinet verwacht geen grote verschuivingen op de arbeidsmarkt, omdat de betreffende groep beperkt is. Tegelijk erkent het dat de gevolgen voor betrokken werknemers groot kunnen zijn.

Dat kan allebei waar zijn. Voor een landelijke tabel is uw verdwenen opdracht misschien een afrondingsverschil. Voor uw maandelijkse huur is het een iets minder academische aangelegenheid.

Juist daarom is het onvoldoende om alleen te tellen hoeveel mensen een vast contract krijgen. De vraag is ook hoeveel mensen een werkplek verliezen waar ze wilden blijven, en wat daarvoor in de plaats komt.

De vrije markt heeft geen toegangspas nodig

Hayek zou hier vragen wie de omstandigheden eigenlijk kent. Dat is zijn kennisprobleem in het klein. De werknemer weet wat de reistijd betekent, hoe het rooster uitkomt en welke alternatieven haalbaar zijn. Het bedrijf kent zijn opdrachten. Het uitzendbureau weet waar ander werk beschikbaar is. De wet kent de kalender.

Daarom verdient de vrije markt de voorkeur boven een Haagse einddatum. Laat mensen zelf afspreken onder welke voorwaarden zij samenwerken. Wie betere voorwaarden wil, moet ruimte hebben om die te bedingen en elders te zoeken. Wie tevreden is, hoeft niet tegen zijn zin van zijn werkplek te worden gered.

Een vrije arbeidsmarkt maakt een werkgever niet onfeilbaar of liefdadig. Hij moet om werknemers concurreren. Dat betekent aantrekkelijk werk, betere beloning of een rooster dat wél past. De werknemer heeft meer aan werkgevers die om hem strijden dan aan een overheid die één van zijn opties verbiedt.

Juist daarin zit het verschil. Op de markt moet iemand u iets aanbieden waar u ja tegen wilt zeggen. De overheid kan uw ja ongeldig verklaren, omdat zij een beter idee heeft.

De vrije markt is hier de beste oplossing: niet één verplicht model voor iedereen, maar ruimte om oplossingen te vinden die voor de betrokken mensen werken. Dat is geen belofte dat iedere onderhandeling gelukkig eindigt. Het is de overtuiging dat mensen over hun eigen werk mogen beslissen, ook wanneer een minister een andere voorkeur heeft.

In de staatslogica begint het verhaal telkens bij het tekortschieten van de markt. Maar in dit geval wilden mensen samenwerken en komt de overheid uitleggen wanneer dat niet meer mag. Dan is zij het probleem dat om een oplossing vraagt.

De scherpste vraag is dus waarom een werknemer die geen vast contract krijgt zijn bestaande werkrelatie niet mag voortzetten, ook wanneer hij dat zelf wil. Het antwoord kan moeilijk zijn dat hij daarvoor te weinig vrijheid heeft.

Bescherm mensen tegen dwang en bedrog. Handhaaf de afspraken die zij vrijwillig maken. Maar behandel hun vrijheid om te kiezen niet als een beleidslek dat nog gedicht moet worden.

Werkzekerheid wordt anders een merkwaardig product: de overheid garandeert de kwaliteit, maar niet dat u het geleverd krijgt.

Gefeliciteerd met uw bescherming. Wilt u uw toegangspas bij de receptie inleveren?

Bronnen bekijken
  • Rijksoverheid: Inzet uitzendkrachten wordt begrensd in tijd

    Rijksoverheid, 29 oktober 2026: Inzet uitzendkrachten wordt begrensd in tijd. De consultatie begon dezelfde dag. Het betreft een wetsvoorstel, geen aangenomen wet. Het magazijnvoorbeeld en de felicitaties zijn een herkenbaar gemaakte, hypothetische situatie en satire. Het artikel doet geen uitspraak over de feitelijke omvang van mogelijk baanverlies door dit voorstel.

  • Conceptwet, artikel 8d

    Conceptwet, artikel 8d en memorie van toelichting, vooral §3.3 en §5.1–5.2. De opdracht bij de inlener en het dienstverband bij het uitzendbureau zijn niet hetzelfde: het einde van de opdracht betekent niet automatisch ontslag of werkloosheid. De toelichting noemt verschillende vervolgopties en verwacht geen grote macro-economische verschuivingen. Overgangs- en telregels zijn niet uitputtend behandeld.

  • Memorie van toelichting, §3.3 en §5.1–5.2
  • Eerste Kamer: Kamerstuk 36488 C, antwoorden 22–24

    Eerste Kamer, 5 april 2024, Kamerstuk 36488 C, antwoorden 22–24: mogelijke reacties op hogere minimumlonen, waaronder lagere marges, hogere prijzen, arbeidsbesparende technologie en minder arbeidsvraag. Dit is achtergrond bij de vergelijking, geen effectmeting van het huidige uitzendvoorstel. Het artikel beweert niet dat iedere minimumloonverhoging tot baanverlies leidt.

  • Milton Friedman op Staatslogica

    Milton Friedman op Staatslogica, bij Capitalism and Freedom: kritiek op minimumlonen. Dit is een verwijzing naar zijn denkkader, geen empirisch bewijs dat iedere verhoging banen kost.

  • Knowledge problem op Staatslogica

    Knowledge problem op Staatslogica: verspreide kennis en lokale omstandigheden tegenover uniforme centrale normen.

  • Friedrich Hayek op Staatslogica

    Friedrich Hayek op Staatslogica: kennis van individuele omstandigheden als interpretatiekader. De aan Hayek toegeschreven vraag is een toepassing van zijn gedachtegoed, geen letterlijk citaat.