
Blind Robbery!
Een toegankelijke introductie tot de Oostenrijkse geldtheorie die toont hoe fiatgeld verantwoordelijk is voor vele maatschappelijke problemen
Blind robbery! Hoe de Fed, banken en overheid je geld stelen
Stel je voor dat iemand elke maand een paar procent van je spaargeld afroomt. Niet met een bivakmuts, niet met een dreigende brief, maar via een vriendelijk persbericht van de centrale bank. Je loon komt binnen, je betaalt je boodschappen, je spaart wat je kunt, en toch lijkt de finishlijn steeds verder weg te schuiven. Philipp Bagus en Andreas Marquart noemen dat geen pech. In "Blind Robbery!" noemen zij het precies wat het is: blinde roof. Het boek is kort, fel en geschreven voor lezers die niet eerst een economiestudie willen volgen voordat zij mogen begrijpen waarom hun geld verdampt. Bagus en Marquart trekken de nette jas van het fiatgeldsysteem uit en laten zien wat eronder zit. Niet stabiliteit, niet deskundigheid, maar een mechanisme waarmee banken, overheden en centrale banken waarde naar zichzelf toe trekken.
De dief draagt een pak
Het sterke van dit boek is dat het begint bij jouw dagelijkse ervaring. Je merkt dat boodschappen duurder worden. Je merkt dat huizenprijzen harder stijgen dan salarissen. Je merkt dat sparen voelt als achteruitlopen op een roltrap. Daarna vertellen economen je dat inflatie ingewikkeld is, dat centrale banken onafhankelijk zijn en dat hogere prijzen nu eenmaal bij groei horen. Bagus en Marquart hebben weinig geduld met die mist. Volgens hen begint de roof bij het monopolie op geldcreatie. Wie geld uit het niets kan maken, hoeft niet eerlijk te vragen om belasting. Hij kan koopkracht afromen voordat jij precies begrijpt wat er gebeurt.
"Inflatie is geen ongeluk in het systeem; inflatie is de manier waarop het systeem zijn rekening doorschuift naar mensen die het nieuwe geld als laatsten ontvangen."
Dat is waarom de diefstal blind is. Je ziet geen hand in je portemonnee. Je ziet alleen dat je portemonnee minder kan.
Het sprookje dat geld van de staat komt
Veel mensen denken dat geld door de overheid is uitgevonden. Dat is handig voor de overheid, maar historisch zwak. Geld ontstond uit ruil tussen mensen die een algemeen aanvaard goed nodig hadden. Goud en zilver wonnen niet door decreet, maar door eigenschappen: schaars, duurzaam, deelbaar, herkenbaar en moeilijk te vervalsen. Daarna kwam de politiek. Eerst mocht de staat munten slaan. Toen mocht de staat de metaalinhoud aanpassen. Daarna mochten banken meer claims op goud uitgeven dan zij werkelijk in de kluis hadden. Uiteindelijk verbrak Nixon in 1971 de laatste grote koppeling tussen papiergeld en goud. Wat overbleef was vertrouwen, maar dan vertrouwen in instellingen die voordeel hebben bij ontwaarding.
"Slecht geld ontstaat wanneer beloftes de plaats innemen van bezit en wanneer politieke macht bepaalt hoeveel van die beloftes morgen bestaan."
Als je dat eenmaal ziet, kijk je anders naar elk biljet en elke bank-app. Het saldo oogt precies, maar de waarde erachter is politiek elastiek.
Waarom de nieuwe euro altijd eerst ergens anders aankomt
De roof is niet gelijk verdeeld. Dat is een van de belangrijkste lessen van Bagus en Marquart. Nieuw geld komt niet tegelijk bij iedereen binnen. Het komt eerst bij banken, overheden, financiële instellingen en grote vermogensbezitters. Zij kopen aandelen, obligaties, vastgoed en bedrijven voordat prijzen overal zijn aangepast. Pas later komt het geld in de rest van de economie terecht, wanneer jij de hogere prijzen ziet. Tegen die tijd heeft de eerste ontvanger bezit opgebouwd en heeft de late ontvanger koopkracht verloren. Dit is het Cantillon-effect zonder academische mist. Stel je voor dat jij Monopoly speelt en één speler krijgt elk kwartier extra bankbiljetten uit de doos. Hij koopt de straten voordat jij doorhebt dat de regels veranderd zijn. Als jij eindelijk meer salaris krijgt, zijn de huurprijzen al gestegen. Dat zou je verontwaardigend vinden aan de keukentafel. In monetair beleid heet het stimulering.
Wat fiatgeld met jouw karakter doet
"Blind Robbery!" wordt pas echt scherp wanneer de auteurs laten zien dat slecht geld meer sloopt dan koopkracht. Het verandert gedrag. Als sparen wordt bestraft, gaan mensen meer lenen. Als schulden worden beloond, wordt voorzichtigheid belachelijk gemaakt. Als bezit alleen bereikbaar lijkt via speculatie, wordt iedereen tegen wil en dank belegger. Je ziet het op de huizenmarkt. Jonge gezinnen kopen niet omdat zij rustig vermogen hebben opgebouwd, maar omdat ze bang zijn dat de markt hen voorgoed achterlaat. Je ziet het bij bedrijven die goedkoop krediet gebruiken om aandelen terug te kopen in plaats van betere producten te maken. Je ziet het bij overheden die verkiezingsbeloften financieren met geld dat toekomstige burgers moeten dragen.
"Goed geld moedigt sparen, verantwoordelijkheid en langetermijndenken aan; slecht geld beloont haast, schuld en politieke manipulatie."
Daarom is de titel zo raak. De roof gebeurt niet alleen in je bankrekening. Hij gebeurt ook in je tijdshorizon.
Waarom niemand het zo mag noemen
Het systeem overleeft doordat het taal beheerst. Geld printen heet liquiditeitsvoorziening. Schulden opkopen heet kwantitatieve verruiming. Koopkrachtverlies heet prijsstabiliteit zolang het rond een officieel streefpercentage blijft. Zo wordt morele helderheid vervangen door beleidstaal. Bagus en Marquart doorbreken die betovering met opzet. Zij willen dat je weer gewone woorden gebruikt voor gewone dingen. Als iemand jouw geld minder waard maakt zonder jouw toestemming, is dat geen neutrale techniek. Het is overdracht. Als banken winst privatiseren en verliezen via het systeem socialiseren, is dat geen marktfalen. Het is privilege. Als centrale banken rente manipuleren, is dat geen natuurlijk prijsproces. Het is planning met een financieel altaar.
Het begin van financiële nuchterheid
"Blind Robbery!" eindigt niet in wanhoop. Het boek zegt niet dat je machteloos bent. Het zegt dat je eerst moet stoppen met geloven dat geld te moeilijk is voor gewone mensen. Wie begrijpt hoe fiatgeld werkt, ziet waarom sparen moeilijker is geworden, waarom huizen onbetaalbaar voelen en waarom politieke beloften nooit gratis zijn. Daarna kun je betere vragen stellen. Waarom heeft de staat een geldmonopolie nodig? Waarom zouden centrale banken de prijs van krediet beter kennen dan miljoenen spaarders en ondernemers? Waarom accepteren we inflatie als natuurverschijnsel terwijl zij door beleid wordt geproduceerd? Voor jou als lezer is dit boek een ontmaskering in zakformaat. Het maakt de roof zichtbaar, en dat is precies waar elke bevrijding begint.
Over de auteur
