
De gehaktbal als staatszaak
De burger blijkt plots een kwetsbaar wezen dat zonder wekelijkse gehaktbalrestrictie ten onder dreigt te gaan. Gelukkig is daar het Voedingscentrum, dat ons met liefdevolle dwang redt van onszelf, hap voor hap.
Er zijn van die momenten waarop de staat zich openbaart in zijn meest intieme vorm. Niet als belastinginner of regelgever, maar als iets veel persoonlijkers: een soort ouder die over je schouder meekijkt terwijl je eet. Deze week besloot het Voedingscentrum dat daar weer een stap verder in gezet kon worden. De Schijf van Vijf is vernieuwd, en daarin staat nu onder meer dat je maximaal één gehaktbal per week zou moeten eten.
Alsof volwassen mensen plots instructies nodig hebben over hoeveel gehaktballen ze mogen consumeren.
Het artikel van de NOS presenteert dit als een logische, bijna vanzelfsprekende update van wetenschappelijke inzichten. Minder vlees, meer plantaardig, beter voor gezondheid en milieu. De toon is geruststellend: dit is geen beperking, dit is zorg. Geen norm, maar advies. Geen dwang, maar begeleiding. De lezer wordt zachtjes meegenomen in het idee dat er zoiets bestaat als een "juiste" manier van eten, en dat die centraal vastgesteld kan worden.
En daar begint de merkwaardige paradox.
Wie bepaalt wat er op je bord hoort?
Want wie bepaalt eigenlijk wat "juist" is? En belangrijker nog: met welk recht?
Lysander Spooner zou hier waarschijnlijk een wenkbrauw optrekken. Voor Spooner is legitimiteit geen kwestie van goede bedoelingen, maar van vrijwillige instemming. Een regel die niet vrijwillig wordt geaccepteerd, is in essentie geen moreel gezag, maar opgelegde macht. En hoewel de Schijf van Vijf formeel slechts "advies" is, weten we allemaal hoe dit spel gespeeld wordt. Wat vandaag advies is, wordt morgen norm, en overmorgen beleid.
De grens tussen advies en dwang is zelden een muur, maar eerder een hellend vlak.
Dat maakt de gehaktbal ineens minder onschuldig dan hij lijkt.
De interventie eet mee
De staat heeft namelijk al decennia een stevige vinger in de pap van voedselproductie en consumptie. Subsidies op bepaalde landbouwproducten, regulering van productieprocessen, belastingen op consumptie, campagnes om gedrag te sturen. Eerst wordt de markt vervormd, vervolgens ontstaat er een probleem, en daarna komt dezelfde overheid met een oplossing in de vorm van gedragsadvies.
Of zoals Walter Block het zou formuleren: de interventie creeert de verstoring, en de verstoring rechtvaardigt nieuwe interventie.
"Government is the great fiction through which everybody endeavors to live at the expense of everybody else." — Frederic Bastiat, The Law (1850)
Hoewel dit citaat van Bastiat komt, past het naadloos in de analyse van Block: de overheid positioneert zichzelf als neutrale arbiter, terwijl ze actief deelnemer is in het spel dat ze zegt te reguleren.
Van voedingsadvies naar moraalbeleid
En dan komt de morele dimensie.
Want wat hier subtiel gebeurt, is niet alleen het geven van voedingsadvies. Het is het definieren van goed en fout gedrag. De gehaktbal wordt niet verboden, maar wel gemoraliseerd. Een per week is acceptabel. Twee is al snel verdacht. Drie begint richting zonde te gaan.
Gezondheid wordt zo geen persoonlijke verantwoordelijkheid meer, maar een collectieve norm.
En daar schuurt het.
Want een vrije markt had dit probleem nooit op deze manier laten ontstaan. In een werkelijk vrije omgeving concurreren voedselproducenten, diëten en inzichten met elkaar. Mensen experimenteren, leren, passen aan. Sommige keuzes zijn slecht, andere beter, maar ze zijn allemaal vrijwillig. Geen centrale autoriteit die bepaalt wat op je bord ligt, geen uniforme richtlijn voor miljoenen unieke lichamen en levensstijlen.
In zo'n wereld is een gehaktbal gewoon een gehaktbal. Geen beleidsinstrument.
Het alternatief is niet chaos, maar diversiteit. Niet onwetendheid, maar ontdekking. Niet dwang, maar verantwoordelijkheid.
En misschien is dat precies wat het zo ongemakkelijk maakt.
Want zodra je accepteert dat iemand anders bepaalt hoeveel gehaktballen jij mag eten, is de volgende vraag onvermijdelijk: wat volgt er daarna?
Misschien is het probleem uiteindelijk niet de gehaktbal, maar het idee dat hij uberhaupt gereguleerd moet worden. En dat zegt misschien meer over de staat dan over ons bord.