
De beurs als rookmachine
De wereld staat in brand, maar de beurs viert feest. Dat kan natuurlijk maar één ding betekenen: markten zijn irrationeel, losgezongen van de realiteit, en hebben dringend duiding nodig van economen aan tafel bij Nieuwsuur. Dat het misschien juist het beleid is dat de beurs opstuwt, blijft handig buiten beeld.
Er spreekt altijd een lichte verbazing uit dit soort stukken, alsof de beurs zich niet netjes aan het script houdt. Oorlog hier, schulden daar, geopolitieke verschuivingen overal, en toch stijgen de koersen. Dat voelt onlogisch, bijna ongepast. Alsof de AEX moreel verontwaardigd zou moeten reageren op wereldleed, in plaats van te doen waar hij voor gemaakt is: prijzen reflecteren binnen het geldsysteem waarin hij functioneert. De verwarring ontstaat niet op de beursvloer, maar aan de redactietafel.
Wat hier ontbreekt, is een simpele maar ongemakkelijke constatering: aandelenmarkten zijn geen morele barometer en ook geen samenvatting van 'hoe het met de wereld gaat'. Ze zijn een afspiegeling van waar geld naartoe stroomt. En dat geld stroomt niet spontaan, maar wordt geleid, geduwd en soms met emmers tegelijk uitgegoten door centrale banken en overheden. Lage rentes, opkoopprogramma's en structurele schuldfinanciering hebben kapitaal goedkoop gemaakt en sparen zinloos. In zo'n omgeving is de beurs geen teken van vertrouwen, maar een vlucht. Niet omhoog omdat de economie zo gezond is, maar omdat cash langzaam verdampt.
Ludwig von Mises zou hier niet fronsen, maar knikken. Hij beschreef al dat monetaire expansie onvermijdelijk leidt tot kapitaalvervorming: investeringen die alleen rendabel lijken zolang het geld goedkoop blijft. Dat noemt hij malinvestment. De stijgende AEX is dus geen raadsel, maar een symptoom. Het echte raadsel is waarom dit telkens weer als paradox wordt gepresenteerd, alsof oorzaak en gevolg toevallig samenkomen.
"There is no means of avoiding the final collapse of a boom brought about by credit expansion." — Human Action, 1949
En dan komt het bekende riedeltje: markten zijn 'losgezongen', beleggers 'negeren risico's', of erger nog, 'zijn te optimistisch'. Alsof het probleem psychologisch is. Maar de beurs negeert geen risico's, zij prijst het geldbeleid in. Het zijn juist beleidsmakers die risico's socialiseren en verliezen vooruit schuiven, terwijl winsten vandaag gevierd mogen worden. De overheid creëert het monetaire decor en kijkt vervolgens verbaasd naar het toneelstuk dat erop wordt opgevoerd.
Wat zelden wordt benoemd, is dat dezelfde staat die nu bezorgd doet over ongelijkheid, zeepbellen en systeemrisico's, deze dynamiek zelf heeft veroorzaakt. Jarenlang is economische pijn uitgesteld met liquiditeit, is elke correctie 'onverantwoord' genoemd en werd stabiliteit gelijkgesteld aan geld bijdrukken. In een vrije markt zou kapitaal zijn weg vinden naar productieve investeringen, falende bedrijven zouden verdwijnen en prijzen informatie dragen. Nu dragen ze vooral beleid.
Hoe kan het wél? Door geld weer een functie te geven die niet afhankelijk is van beleidsvergaderingen. Door rentes te laten ontstaan uit tijdsvoorkeur in plaats van uit noodvergaderingen. Door faillissementen niet te zien als falen van het systeem, maar als essentieel onderdeel ervan. Dat alternatief is niet alleen consistenter, maar ook eerlijker: het beloont vooruitziendheid en straft verspilling, in plaats van andersom.
Misschien is de echte paradox dus niet dat de AEX stijgt terwijl de wereld wankelt, maar dat we nog steeds doen alsof dit losstaande verschijnselen zijn. De beurs liegt niet. Ze fluistert alleen iets wat niemand hardop wil zeggen: dit systeem draait, maar op krediet, en steeds sneller.